Lichtstraten en lichtkoepels: meer daglicht in uw bedrijfshal

In een bedrijfshal of distributiecentrum komt daglicht vrijwel alleen van boven. De gevel levert licht aan de randen, maar het midden van de hal blijft donker en draait op kunstlicht, ook op een heldere dag. Daglicht van bovenaf lost dat op, verlaagt het verbruik van de verlichting en maakt de werkplek merkbaar prettiger.
De twee manieren om dat te doen zijn de lichtkoepel en de lichtstraat. Ze lijken op elkaar, maar verschillen in vorm, lichtopbrengst en in wat ze van uw dak vragen.
Het verschil tussen een lichtkoepel en een lichtstraat
Een lichtkoepel is een losse, meestal vierkante of ronde koepel op een opstand, doorgaans 1 tot 2 meter in het vierkant. U legt er meerdere verspreid over het dak. Een lichtstraat is een langgerekte doorlopende constructie, vaak met een zadel- of piramidevorm, die als één element over een groot deel van de hal loopt.
| Aspect | Lichtkoepel | Lichtstraat |
|---|---|---|
| Vorm | Losse koepel op een opstand | Doorlopende, langgerekte constructie |
| Lichtverdeling | Puntsgewijs, per koepel een lichtvlek | Gelijkmatig over de lengte van de hal |
| Investering | Lager per stuk | Hoger, maar meer daglicht per euro bij grote vlakken |
| Aantal dakdoorbrekingen | Veel losse sparingen | Eén doorlopende sparing |
| Aansluitdetails | Per koepel een detail, dus meer risicopunten | Minder, maar wel langere naden |
| Ventilatie mogelijk | Ja, met een uitzetbare of elektrisch bedienbare koepel | Ja, met te openen segmenten of ventilatieroosters |
| Rookafvoer (RWA) | Mogelijk als losse RWA-koepel | Mogelijk met te openen segmenten |
| Typische toepassing | Kantoren, kleinere daken, gerichte plekken | Productiehallen, magazijnen, grote vlakken |
Vuistregel: gaat het om een grote hal waar het licht gelijkmatig moet zijn, dan wint de lichtstraat. Gaat het om gerichte verlichting van specifieke plekken of om een kleiner dak, dan zijn losse koepels doorgaans de logische keuze.
Hoeveel daklicht hebt u nodig?
Als richtlijn wordt in de praktijk vaak aangehouden dat het lichtdoorlatende oppervlak zo’n 5 tot 10 procent van het vloeroppervlak beslaat. Aan de onderkant van die bandbreedte krijgt u basisverlichting, aan de bovenkant een hal die op een normale dag nauwelijks kunstlicht nodig heeft.
Meer is niet altijd beter. Elk vierkante meter daklicht is ook een vierkante meter die minder isoleert en die in de zomer warmte binnenlaat. De optimale hoeveelheid is een afweging tussen daglicht, warmteverlies in de winter en oververhitting in de zomer. Bij twijfel is het verstandig om de opzet bouwfysisch te laten doorrekenen; daar helpt ons bouwfysisch dakadvies bij.
Isolatie: het zwakke punt van elk daklicht
Een goed geïsoleerd plat dak haalt tegenwoordig een Rc-waarde van 6 of hoger. Een lichtkoepel of lichtstraat komt daar niet bij in de buurt. Zelfs een goed uitgevoerd meerwandig systeem blijft ver achter bij het dakvlak eromheen; de vergelijking gaat in isolatiewaarde ruwweg een factor tien uit elkaar lopen. Elk daklicht is dus per definitie een koudebrug in een verder goed pakket.
Wat u daaraan kunt doen:
- Kies voor meerwandige uitvoering. Een driewandige of vierwandige koepel isoleert aanmerkelijk beter dan een tweewandige. Het prijsverschil verdient zich bij een verwarmde hal doorgaans terug.
- Let op de opstand. De opstand waarop de koepel staat is minstens zo bepalend als de koepel zelf. Een geïsoleerde opstand voorkomt dat de winst aan de rand weglekt.
- Beperk het aantal doorbrekingen. Eén lichtstraat met hetzelfde lichtdoorlatende oppervlak als twaalf losse koepels heeft minder randlengte, en dus minder plaatsen waar warmte weglekt.
- Denk aan condens. Op de koudste vlakken van het dak slaat vocht als eerste neer. Een goed daklicht heeft daarvoor een condensgoot of afvoerrand, zodat dat vocht niet in de hal druppelt.
In een onverwarmde opslagloods weegt dit alles een stuk lichter dan in een verwarmde productiehal of een kantoor. Bespreek het daarom altijd in samenhang met de rest van de dakopbouw; zie ook plat dak isoleren.

Waar het in de praktijk misgaat: de aansluiting
Vrijwel elke lekkage rond een daklicht zit niet in het daklicht zelf, maar in de aansluiting op de dakbedekking. Dat is logisch: hier gaat een vlakke, waterdichte laag over in een opstaande rand met een ander materiaal, en juist daar komen thermische beweging, vervuiling en water samen.
De punten waar het op aankomt:
- Voldoende hoogte van de opstand. De dakbedekking moet ver genoeg omhoog kunnen worden opgezet, zodat opwaaiend water of een tijdelijk hogere waterstand er niet overheen komt.
- Geen plasvorming tegen de opstand. Ligt er structureel water tegen het daklicht aan, dan is dat op termijn een lek. Afschot en de plaats van de afvoeren zijn hier bepalend.
- Bereikbaarheid voor onderhoud. Bladeren en vuil hopen zich op tegen een opstand. Kan er niemand veilig bij, dan gebeurt het schoonmaken niet.
- Eén partij verantwoordelijk voor het detail. Wordt het daklicht door een leverancier geplaatst en de dakbedekking door een andere partij, leg dan vast wie de waterdichte aansluiting maakt en wie erop aanspreekbaar is.
Datzelfde geldt voor alle andere doorbrekingen in het dak. Meer daarover leest u op onze pagina over dakdoorvoeren.
Vervangen: het moment is bijna altijd de dakrenovatie
Lichtkoepels van polycarbonaat of acrylaat vergelen, verweren en worden bros onder invloed van UV. Na ruwweg twintig jaar laat een koepel merkbaar minder licht door dan bij plaatsing, en neemt de kans op hagel- of stormschade toe. Ziet u vergeling, scheurtjes bij de bevestigingen of condens tussen de wanden, dan is de koepel toe aan vervanging.
Het verstandigste moment is samen met de dakbedekking. Het dak gaat dan toch open, de opstand en de aansluiting worden in één keer goed uitgevoerd en u betaalt maar één keer voor het inrichten van het werk. Een koepel los vervangen op een verder nieuw dak betekent snijden in verse dakbedekking, en dat is zowel duurder als risicovoller.
Neem bij die vervanging meteen twee dingen mee: of het aantal en de plaats van de daklichten nog past bij het huidige gebruik van de hal, en of er valbeveiliging rond het daklicht nodig is. Een oude, brosse koepel is namelijk geen veilig loopvlak, terwijl er wel over het dak wordt gelopen. Zie daarvoor dakveiligheid.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een lichtstraat en een lichtkoepel?
Een lichtkoepel is een losse koepel op een opstand die puntsgewijs licht binnenlaat. Een lichtstraat is een langgerekte doorlopende constructie die het licht gelijkmatig over de lengte van een hal verdeelt. Koepels passen bij kleinere daken en gerichte plekken, lichtstraten bij grote hallen.
Hoeveel daglicht geeft een lichtstraat?
Dat hangt af van het lichtdoorlatende oppervlak, de uitvoering en de vervuilingsgraad. Als vuistregel wordt vaak 5 tot 10 procent van het vloeroppervlak aan daklicht aangehouden; aan de bovenkant van die bandbreedte heeft een hal op een normale dag nauwelijks kunstlicht nodig.
Kan ik een lichtkoepel laten vervangen?
Ja. Een losse koepel is vervangbaar zonder het hele dak te openen, maar dan moet er wel in de bestaande dakbedekking worden gesneden. Is de dakbedekking op leeftijd, dan is het voordeliger en veiliger om de vervanging mee te nemen in de dakrenovatie.
Isoleert een lichtkoepel goed?
Niet in vergelijking met het dakvlak eromheen. Ook een meerwandige koepel blijft ver achter bij een geïsoleerd plat dak en vormt dus altijd een koudebrug. Meerwandige uitvoering, een geïsoleerde opstand en een verstandig gekozen oppervlak beperken dat verlies.
Daglicht op uw bedrijfsdak verbeteren?
Wij beoordelen de bestaande daklichten, adviseren over aantal, type en plaatsing en verzorgen de waterdichte aansluiting op de dakbedekking. Bel 0172 617409 of lees meer over dakadvies en gebruiksdaken.